Betekenis van de naam Malle
Omtrent de herkomst van het woord “Malle” raken taalkundigen het niet eens. Sommigen beweren dat het “uitgestrekte vlakte, grens of halte” betekent. De meest gangbare betekenis wordt echter afgeleid uit de Latijnse naam “Mallum”, wat “maalberg” betekent en de plaats is waar de Franken hun rechtspraak en vergaderingen hielden.
Fusiegemeente
In de 11de eeuw werden het oostelijke en het westelijke deel van Malle gescheiden en sindsdien gingen ze door het leven als Oost- en Westmalle. Op 1 januari 1977 deed zich echter een historisch feit voor. Oostmalle werd herenigd met Westmalle en de nieuwe fusiegemeente kreeg de naam “Westmalle”. Twee jaar later, namelijk op 30 juli 1979, wijzigde deze naam bij Koninklijk Besluit in “Malle”. Langzaam maar zeker evolueerde Malle vervolgens naar een voor de regio vooraanstaande gemeente.
Telde de gemeente bij de fusie nog 9.798 inwoners, dan kunnen we nu terugblikken op 14.422 inwoners: 6.695 in Oostmalle en 7.727 in Westmalle. Op een oppervlakte van 5.198 ha betekent dit een bevolkingsdichtheid van 277 inwoners per vierkante kilometer.
Tornado
Op 25 juni 1967 kreeg Oostmalle een zware klap te verduren. Een allesvernietigende tornado trof toen het dorpscentrum en herschiep een groot gedeelte van het dorp in puin. De dorpskern en 135 woningen werden daarbij totaal vernield. De tornado rukte de toren van de Sint-Laurentiuskerk af en daarna stortte het kerkschip in. Als bij wonder vielen er gelukkig geen dodelijke slachtoffers te betreuren. Op vele plaatsen in het dorp zijn de littekens van deze natuurramp nog steeds merkbaar. In 1980 werd de verwoeste Sint-Laurentiustoren, ondertussen door iedereen Tornadotoren genoemd, hersteld en ingehuldigd als monument.
Trappisten
Sinds 1794 zijn er cisterciënzers “Trappisten” in Westmalle aanwezig. Trappisten zijn monniken. In gemeenschap leiden ze een sober en eenvoudig leven, stil en afgezonderd. Ze werken en ze bidden, volgens het aloude principe: “ORA ET LABORA” (bid en werk). Volgens Sint-Benedictus moeten monniken ook instaan voor hun eigen levensonderhoud. En volgens een oude monnikentraditie, is wat ze daarbij overhouden bestemd voor mensen in nood. Om dat te kunnen, ontwikkelen de Trappisten van oudsher allerhande ambachtelijke en industriële bedrijvigheid. In de Abdij van Westmalle is er een boerderij, een kaasmakerij en – ongetwijfeld het meest bekend – een bierbrouwerij.
Het alom gekende en gesmaakte trappistenbier van Westmalle wordt sinds 1836 gebrouwen in de statige abdij met haar pittoreske campaniletoren. De monniken van Westmalle nemen de kunst van het bierbrouwen zeer ter harte. Door toe te zien op de leiding van de brouwerij, staan zij er borg voor dat deze traditie niet teloor gaat. De strenge leefregels binnen de kloostergemeenschap laten bezoek aan de abdij of brouwerij evenwel niet toe. Een wandeling rond de abdij is echter niet te versmaden en zal de smaak van de daarna gedegusteerde trappist of tripel alleen maar versterken. Rond de Trappistenabdij is zowel een fietsroute als een wandelroute uitgewerkt.