Algemene info

ISP

Historiek Wielersupportersclub Oostmalle

De Wielersupportersclub Oostmalle (WSCO) is opgericht in 1977 en dus al 45 jaar actief in het inrichten van veldritten en wegwedstrijden, met als doel de wielersport in Malle kleur en aandacht te geven. We zijn een supportersclub die achter alle Malse renners staat en hen zo goed mogelijk probeert aan te moedigen, langsheen het parcours of door financiële steun.

In zijn recente geschiedenis is de WSCO uitgegroeid tot een professionele organisatie die wedstrijden, in het veld en op de weg, organiseert op nationaal en ook internationaal niveau. Als supportersclub houden wij van wielrennen en we zien graag dat het peloton door onze gemeente fietst, niet alleen met het kruim van het veldrijden, maar ook met onze plaatselijke vedetten.

Hoogtepunt van het jaar

De jaarlijkse organisatie van de Internationale Sluitingsprijs, rond het vliegveld van Malle, is voor ons het hoogtepunt.

Wat ooit begon als een kleine cross op domein de Renesse (Oostmalle) leidde tot de Internationale Sluitingsprijs Oostmalle.

Het succes van dit evenement dwong ons nog groter en ruimer te denken en zo is het natuurgebied aan het vliegveld van Oostmalle onze thuisbasis geworden. Deze unieke locatie, én sfeer, zorgt er telkens weer voor dat de beste veldrijders ter wereld aan de start verschijnen. Met een rennerspoule van ongeveer 50 renners uit 9 verschillende landen en een uitgelezen parcours (‘de zandbak van de Kempen’) worden spanning en spektakel verzekerd voor de laatste cross van het seizoen, of met andere woorden: een klassieker van formaat. Getuigen daarvan de enorme media-aandacht en massale publieke belangstelling.

Enkele jaren geleden, in 2010, hebben wij aangetoond dat ook het inrichten van het BK veldrijden tot onze mogelijkheden behoorde. Lang hebben wij gesleuteld aan de talrijke formules die deze cross tot een kwalitatieve klassieker maken, en het werk is nooit gedaan. Maar het feit dat vele renners de Internationale Sluitingsprijs op hun palmares willen zien prijken, is onze beste waardering en beloning.

renesse

De gemeente Malle: herkomst en naam

Omtrent de herkomst van het woord “Malle” raken taalkundigen het niet eens. Sommigen beweren dat het “uitgestrekte vlakte, grens of halte” betekent. De meest gangbare betekenis wordt echter afgeleid uit de Latijnse naam “Mallum”, wat “maalberg” betekent en de plaats is waar de Franken hun rechtspraak en vergaderingen hielden.

Fusiegemeente

In de 11e eeuw werden het oostelijke en het westelijke deel van Malle gescheiden en gingen van dan af door het leven als Oost- en Westmalle. Op 1 januari 1977 deed zich echter een historisch feit voor. Oost werd herenigd met West en de nieuwe fusiegemeente kreeg de naam “Westmalle”. Twee jaar later, op 30 juli 1979, wijzigde een Koninklijk Besluit dit en de gemeentenaam werd terug “Malle”. Langzaam maar zeker evolueerde Malle vervolgens naar een voor de regio vooraanstaande gemeente.
Telde de gemeente bij de fusie nog 9.798 inwoners, dan is dat inmiddels aangegroeid tot 14.950 op 31/12/2012, waarvan 7.034 in Oost en 7.916 in West. Op een oppervlakte van 5.198 ha betekent dit een bevolkingsdichtheid van 288 inwoners per vierkante kilometer.

Tornado

Op 25 juni 1967 kreeg Oostmalle een zware klap te verduren. Een allesvernietigende tornado trof het dorpscentrum en herschiep een groot gedeelte van het dorp in puin. De dorpskern en 135 woningen werden daarbij totaal vernield. De tornado rukte de toren van de Sint-Laurentiuskerk af waarna het kerkschip instortte. Als bij wonder vielen er gelukkig geen dodelijke slachtoffers te betreuren. Op vele plaatsen in het dorp zijn de littekens van deze natuurramp nog steeds merkbaar. In 1980 werd de verwoeste Sint-Laurentiustoren, ondertussen door iedereen Tornadotoren genoemd, hersteld en ingehuldigd als monument.

abdij-trappisten

Trappisten

Sinds 1794 zijn er cisterciënzers “Trappisten” in Westmalle aanwezig. Trappisten zijn monniken die in gemeenschap een sober en eenvoudig leven leiden, stil en afgezonderd. Ze werken en bidden volgens het aloude principe: “ORA ET LABORA” (bid en werk). Monniken moesten instaan voor hun eigen levensonderhoud en wat ze daarbij overhielden was, volgens een oude monnikentraditie, bestemd voor mensen in nood. Om dat te kunnen verwezenlijken, ontwikkelden de Trappisten van oudsher allerhande ambachtelijke en industriële bedrijvigheid. In de Abdij van Westmalle bevinden zich een boerderij, een kaasmakerij en – ongetwijfeld het meest bekend – een bierbrouwerij.

Het alom gekende en gesmaakte trappistenbier van Westmalle wordt sinds 1836 gebrouwen in de statige abdij met haar pittoreske campanille toren. De monniken van Westmalle nemen de kunst van het bierbrouwen zeer ter harte. Door toe te zien op de leiding van de brouwerij, staan zij er borg voor dat deze traditie niet teloor gaat.

De strenge leefregels binnen de kloostergemeenschap laten bezoek aan de abdij of brouwerij evenwel niet toe. Een wandeling rond de abdij is echter niet te versmaden en zal de smaak van de daarna gedegusteerde trappist of tripel alleen maar versterken. Rond de Trappistenabdij zijn zowel een fiets- als een wandelroute uitgewerkt.